Gordigear  
Wie zijn wij?     |      bestellen en prijslijst     |     in de media     |     reisverhalen     |     beurzen     |     contact
    In de voetsporen van grootouders
 
 Daktenten 
 Vouwwagens 
 Autoluifels 
 
 Extra's 
 Onderhoud 
 Garantie 
 Handleidingen 
In de voetsporen van grootouders

Erwin en Gerda Feeken emigreerden in 1954 van Duitsland naar Australië vanwege hun interesse in geografie, kartografie en verkennend onderzoek. Om het land te verkennen ging de familie Feeken op de fiets van Hobart door de centrale hooglanden van Tasmanië naar de noordkust, en daarna van Melbourne naar Canberra en Sydney. Deze pelgrimage is een goede indicatie voor hun toewijding aan het verkennen van Australië!

Hun kleinzoon Ryan heeft duidelijk hun liefde voor avontuur geërfd en stuurde ons beelden van zijn laatste tochten. Ze kunnen hieronder bekeken worden samen met delen van het boek van zijn grootouders, 'De ontdekking en verkenning van Australië', erg interessant om te lezen. Voor meer informatie heeft de Nationale Bibliotheek van Australië een exemplaar te leen. klik hier.


... Geologisch gesproken blijkt uit de hoogte van het oude gebergte en het meestal afgesleten relief van de Australische aardkorst dat dit het oudste continent is; vanuit het moment van 'ontdekken' bekeken is het het jongste, op Antarctica na. Eigenlijk weten we natuurlijk niet wanneer het voor het eerst ontdekt werd; we spreken zo vaak losjes over 'ontdekking' als we de eerste aanblik door Europeanen bedoelen, hoewel het duidelijk is dat de meeste landen die de Europeanen bezochten al bewoond waren en dus al eerder ontdekt waren door andere volkeren. ...

... De kartografie van de grenzen van de kust werd met Flinders voltooid, hoewel er nog veel details ingevuld moesten worden, vooral in het noordwesten. Het invullen van deze blanco plekken op de kaart was het werk van een aantal bekwame marine-officieren, en in het bijzonder van Philip Parker King en John Lort Stokes. De laatste gaf aan de stad Darwin zijn naam, naar een 'oude scheepsmaat', die toen nog onbekend was, maar later de grootste bioloog van de negentiende eeuw zou worden. ...

... De fysische omgeving was inderdaad verbijsterend. In het zuidoosten was er niet echt een woestijn, die kwamen we later tegen, maar de grote bossen en savanne's waren compleet verschillend van de gematigd vochtige landschappen in West-Europa en oostelijk Noord-Amerika.In het bijzonder gedroegen juist de rivieren zich niet als 'normale rivieren', waar de ontdekkingseizigers aan gewend waren. ...

... Niet alleen droogtes en overstromingen, maar ook hitte en kou wisselden elkaar snel af. Sturt vond het in 1845 koel en aangenaam bij 35°C; een week later was het 48°C: schroeven vielen uit kisten, de stift uit potloden, kammen spleten, inkt droogde onder het schrijven aan de pen vast. Een paar maanden later klaagt hij over kou bij -5°C. Denk hier nog de vliegen, mieren en muskieten bij. ...

... Als je comfortabel over het land tussen Cooper Creek en de Simpsonwoestijn vliegt kun je amper je huivering onderdrukken omdat dit landschap zo onmenselijk, ja zelfs vijandig overkomt. Er zit schoonheid in de lange, rode striemen van de zandruggen, maar de modderige okers en grijzen en de vuile witten van de leempannen en de zoutpannen zijn zeer afstotend. ...

... In de letterlijkste zin van het woord was bush-kennis en -ervaring van vitaal belang: niet alleen je succes, maar je leven zelf hing ervan af. Water, water, water - dat ene woord loopt als een rode draad door alle reisdagboeken. De vlucht en de sporen van vogels, een dunne lijn van donkerder struikgewas, de loop van een drooggevallen kreekbedding - zelfs het landen van een enkele vogel in de leegte van de woestijn - waren tekenen die wezen op water, en er waren scherpe ogen nodig om die tekenen te ontdekken en moeizaam opgedane ervaring om ze op waarde te kunnen schatten. ...

... De bosjesmannen beschikten niet helemaal over dezelfde vaardigheden als de aboriginals, maar zij wilden graag leren, en meestal letten ze erop dat ze een of twee ervaren inlanders bij zich hadden. Sommige van deze mannen verdienen het om in de annalen van Australië vermeld te worden: Wylie, Jacky-Jacky,Tommy Windich, Yurranigh. ...

... De expeditie verliet het depot op 7 december, en trok langs de rivieroevers, meestal op dezelfde route als Oxley. Ze ontmoetten veel vriendelijke groepen aboriginals; op een keer, toen het nodig was een rivier over te steken, vond Sturt het plezierig om te zien dat inboorlingen hen vrijwillig hielpen, en was verbaasd toen zij zakken meel van 50 kg per stuk optilden en de rivier overdroegen. ...

... Ze volgden de rivier stroomafwaarts in zuidwestelijke richting. Op 5 februari kwamen ze bij een inboorlingendorp van zeventig hutten die groot genoeg waren om tussen de twaalf en vijftien personen te huisvesten, met alle ingangen in dezelfde richting. De dorpelingen waren bij de rivieroever en renden voor hun leven bij de ongewone aanblik van witte mannnen met paarden. Al terugtrekkend staken ze ter bescherming de bush in brand, maar toen ze niet werden aangevallen herwonnen ze hun vertrouwen en kwamen een voor een de indringers bekijken. ...

... De plaats die ik voor ons kamp gekozen had was een mooie plek. Door de hevige regenval groeide er mooi, kort kruid op de zanderige bodem en hiertussen groeiden de weelderige bloemen, waar Australië terecht zo beroemd om is, zo gemengd en verspreid dat ze het landschap de aanblik van een lappendeken gaven. ...

... Grey keerde met een kleine afdeling terug van een verkenningstocht toen ze op een zandsteenformatie stieten die hoog boven hen uittorende. Plotseling zag ik vanuit de hoogte een bijzonder grote figuur op me neerkijken. Na beter kijken bleek dit een tekening bij de ingang van een grot te zijn; toen ik de grot binnenging merkte ik dat er nog meer opmerkelijke muurschilderingen waren. Op het naar achter hellende plafond van de grot was een grote figuur in rood en wit getekend op een zwartgemaakte achtergrond en op de linkermuur was een schildering die een groep van vier hoofden voorstelde. Bijzonder hierbij was dat de hoofdbedekking in een diep helder blauw was uitgevoerd; voor zover bekend zijn er nooit blauwen gebruikt in aboriginalschilderingen in heel Australië. ...

... Al vroeg in de reis beloofde ik een half pond tabak aan degene die goud zou vinden, omdat ik wist dat dit voor de ontvanger een cadeau van onschatbare waarde zou zijn en omdat ik dacht dat het een prikkel zou zijn om intensief naar goud te gaan zoeken. Mr. Warner eiste de beloning op en liet daartoe het bewijs zien. Ik beloonde mezelf door persoonlijk die plek te inspecteren en na een tijdje wassen vond ik goud, en dus gaf ik hem de beloning. ...

... Op 14 en 15 maart waren er weer zware regenbuien en de condities in het gebied verslechterden. Wells schrijft: aangezien er in het oosten geen vooruitzicht is op verbetering in het landschap en omdat we tevreden zijn dat we nu al in de grote Victoria-woestijn zijn doorgedrongen besloot ik om onze route naar het noorden te richten. Drie dagen worstelde de expeditie over zware zandduinen en in de avond van 17 maart besloot Wells om de volgende ochtend aan de terugreis te beginnen. Vanaf die plek zag hij niets dan hoge zandduinen in het noorden en het oosten die stijl omlaag gingen aan de andere kant, hier en daar bespikkeld met woestijngum, acacia's en quondongbomen. ...


Beeldmateriaal ter beschikking gesteld door Ryan Feeken, teksten uit 'De ontdekking en verkenning van Australië' door Erwin en Gerda Feeken, (uitgebracht door Thomas Nelson Ltd.).